Het is prachtig weer op de laatste Flinkeboskje-streekmarkt van het jaar. Op het met bomen omzoomde grasveld in Himmelum staan de streekverkopers met hun kramen rondom het centrale terras: de kaasmaker, de bierbrouwer, de bakker, bloementeler, de imker, de mandenmaker, de leerlooier, de Friese boekenverkoper en anderen.

En dan is er nog het rijtje vintage caravans. De oranje-bruine tosti-caravan uit Sleat, de witte caravan met een veelbelovende kimchi-aankondiging op het menu en de blauwe ijs-caravan. 

Ik sta er ook, tegenover de oude druivenkas, naast Land van ons, de coöperatie van burgers die boerenland koopt om duurzaam te beheren. Een kopje zeer goede koffie van Leeuwarder barristas maakt van mij een gelukkig mens.

Het is goed toeven in deze zonnige bubbel.

Ik sta er voor de start van de Transitiewerkplaats Nieuw Nijver Fryslân. Ik reis een half jaar door Fryslân met als missie: hoe gaan we weer goede spullen maken van dichtbij. In maart zijn de resultaten te zien in de tijdelijke winkel van Nieuw Nijver in de Broerekerk in Bolsward.

We beginnen bij het begin. Wat zouden mensen eigenlijk willen kopen in de winkel van Nieuw Nijver? 

De transitiewerkplaats is daarom vandaag een marktkraam met lindebomenhout, wedeblauwe wol, honderd jaar oud Fries linnen, antiek groen Fries aardewerk en hennep touw. In deze winkel is nog niets te koop. Iedereen kan zijn bestelling plaatsen op de grote Nieuw Nijver klantenverlanglijst door blauwe stickers te plakken. De gesprekken aspirant-klanten gaan over van alles: gemak, geld, fast fashion, natte teelt en biodiversiteit.

Dan is er iemand die mij vertelt over de eeuwigheids-eed in Oudfriese wetten. Die eed legde je af niet op gezag, god of geld, maar op de wereld om je heen: Salang’t de wyn fan de wolken waait en gêrs groeit en de beam bloeit en de sinne opgiet en de wrâld bestiet.*

Bij mij, iemand die leeft in een hele andere wereld, waar geld regeert, de ongelijkheid groeit en waar een oud-Shell functionaris tot Eurocommissaris voor klimaat kan worden gemaakt, komen de oude woorden hard binnen. Ze zijn simpel en prachtig en gaan over belangrijke, gewone dingen. Ik zou willen dat iedereen deze eed aflegde.

Obstakels zijn het probleem niet

Later die middag, na nog veel meer interessante gesprekken, nog meer blauwe stippen en verrassende toevoegingen aan de klantenverlanglijst is er dan plots die andere aspirant-NieuwNijver-klant met een opmerking die mij aan het lachen maakt. “Obstakels zijn het probleem niet. Die zijn er genoeg. Je moet kijken waar de kansen zitten.”

Ze heeft gelijk. Obstakels genoeg. 

Maar kansen zijn er ook. 

Alleen al op een zonnige zondag op het met bomen omzoomde grasveld in Himmelum liggen ze voor het oprapen. 

Het is een kwestie van oprapen en aanpakken. Dan komt hij er zeker, die nieuwe Friese economie, waar we onze spullen weer dichtbij gaan maken. Soe di wynd fan dae vlkenum wayth ende ghers groyt ende baem bloyt ende dio sonne optijocht ende dyo wrald steed.

* (Jus Municipale Frisonum, 1464)

Een gewijzigde versie van deze column verscheen op 9 september in het Friesch Dagblad.